|
Onderzoekers gezocht naar Zeeuwse rederijkerscultuur
Klik
hier
voor nieuws over de de informatiemiddag "Rederijkers in Zeeland" op
zaterdag 1 september
Bij de geschiedenis van de Zeeuwse literatuur aan het begin van de
vroegmoderne tijd zullen velen ongetwijfeld denken aan het standaardwerk
van P.J. Meertens, Letterkundig leven in Zeeland in de zestiende en de
eerste helft der zeventiende eeuw. Ondanks de grote hoeveelheid teksten
en bronnen die Meertens boven water haalde, is tot op heden nog maar
weinig onderzoek verricht naar het rederijkersleven in Zeeland. Meertens
zelf kwam niet verder dan een weliswaar uitvoerig, maar verder erg
feitelijk overzicht.
Momenteel maakt de wetenschappelijke studie van de rederijkers zowel in
Nederland als België een opleving door. Niet alleen literatuurhistorici
maar ook sociaalhistorici houden zich met rederijkers bezig. Dat is niet
vreemd, want hun literaire cultuur die draaide om kennis en
welsprekendheid, vervulde een belangrijke maatschappelijke, pedagogische
en opiniërende functie. Ze was instrument van kennis- en meningsvorming
op het gebied van religie, politiek, huwelijk en gezin, en had
raakvlakken met allerlei kennisgebieden.
Amsterdam University Press is gestart met een aparte serie
rederijkersstudies, waarin inmiddels vijf titels zijn opgenomen. Een
daarvan is het in 2009 verschenen Lustige geesten. Rederijkers in de
Noordelijke Nederlanden (1480-1650) van Arjan van Dixhoorn, die nu
postdoconderzoeker is aan de Universiteit Gent. Zijn boek besteed ruime
aandacht aan de rijke Zeeuwse rederijkerscultuur (vooral die van
Middelburg). Samen met Bart Ramakers, hoogleraar Oudere Nederlandse
Letterkunde aan de Rijksuniversiteit Groningen, wil hij de geschiedenis
van het Zeeuwse rederijkersleven verder in kaart te brengen.
Als sociaalhistoricus gaat het Van Dixhoorn om de maatschappelijke
betekenis van het Zeeuwse rederijkersleven, terwijl Ramakers als
literatuurhistoricus vooral geïnteresseerd is in de artistieke aspecten
van de Zeeuwse rederijkersliteratuur. Zo verscheen vorig jaar van zijn
hand bij Uitgeverij Bert Bakker List en bedrog, een editie van drie
rederijkerskluchten, waaronder de klucht Jan Fijnart uit Middelburg.
Van Dixhoorn en Ramakers zijn op zoek naar (amateur-)onderzoekers die
deel willen gaan uitmaken van een onderzoeksteam dat onder hun
begeleiding onderdelen van het Zeeuwse rederijkersleven nader gaat
onderzoeken. De mogelijkheid bestaat een deelproject uit te voeren als
buitenpromovendus. Men verwerkt het onderzoek dan in een proefschrift.
De Rijksuniversiteit Groningen faciliteert dergelijke trajecten door
middel van vergoedingen voor deelname aan cursussen en congressen en
biedt ondersteuning bij de verwerving van subsidies voor de bestrijding
van onderzoekskosten. Voor het project als geheel wordt daarom ook
gestreefd naar facilitering in de regio.
De bedoeling van het project is enerzijds het in kaart brengen,
verzamelen, en toegankelijk maken van de bronnen van de Zeeuwse
rederijkerscultuur, en anderzijds het stimuleren van verder onderzoek
naar bepaalde elementen uit die cultuur.
Het gaat wat de bronnen betreft om archief verzameld door de kamers zelf
(voor zover dat er nog is), om manuscripten en drukwerk van rederijkers
en van kamers die in archieven, bibliotheken, en bij particulieren zijn
bewaard gebleven, maar ook om documenten betreffende de rederijkers in
archieven van wereldlijke en kerkelijke overheden (stadsrekeningen,
heerlijke rekeningen, oorkonden, verboden, besluiten, notulen,
kerkenraad- en classisarchieven, rechtszaken waarin rederijkers en hun
kamers voorkomen), notarissen (geschillen, getuigenverklaringen,
afspraken), of particulieren en families.
Daarnaast moet het materiële erfgoed (dat wat er nog is, en dat wat
verdwenen is maar uit literatuur nog bekend is) in kaart worden gebracht
en gefotografeerd. Daaronder vallen naast de genoemde archiefstukken ook
boeken en pamfletten, gildepenningen, drinkbekers, blazoenen, prenten,
of schilderijen waarop bijvoorbeeld rederijkersteksten staan. Tenslotte
kunnen verzamelingen van achttiende-eeuwse en negentiende-eeuwse
(literatuur)historici en taal- en volkskundigen informatie bieden die
vaak op andere manier verloren is gegaan. Te denken valt aan de
verzameling van Meertens, en mogelijk ook van Van Dale. Overigens
bevindt zich een deel van het Zeeuwse erfgoed ook in bibliotheken en
archieven in Vlaanderen en de rest van Nederland.
Na een eerste oproep in Zeeuws Erfgoed van september 2010 is de opbouw
van het netwerk van deelnemers (onderzoekers, contactpersonen, e.d.) nu
begonnen. Het streven is om in elke Zeeuwse regio enkele onderzoekers
samen te laten werken aan in samenspraak opgezette deelprojecten. Ter
ondersteuning van het project en om het netwerk uit te bouwen willen we
graag ook contact leggen met de verschillende heemkundige kringen in
Zeeuws-Vlaanderen, op Walcheren, de Bevelanden, Tholen,
Schouwen-Duiveland.
Om belangstellenden een indruk te geven van wat Van Dixhoorn en
Ramakers voor ogen staat volgen hier beschrijvingen van twee
deelonderzoeken, beide met literatuurhistorische en sociaalhistorische
kanten.
Job Gommersz (1543-na 1573) uit Nieuwerkerk is een representant van het
Zeeuwse rederijkersleven na 1560. Hij heeft een handschrift nagelaten
met drie rederijkersspelen en een aantal refreinen waaruit zowel het
niveau van zijn kennis als zijn dramatische werkwijze en sporen van het
rederijkersleven zelf af te lezen zijn. Aan de editie van het
handschrift wordt nu in het kader van dit project gewerkt. Een door hem
nagelaten kalender en een door hem, als secretaris, aangelegd boek met
de wetten van het kwartier van Nieuwerkerk verschaffen verder inzicht in
zijn omgeving, zijn leven, zijn familie en vrienden, en zijn denken. Een
editie en studie van het handschrift Gommersz en de overige sporen van
diens activiteiten kan een unieke inkijk opleveren in de leef- en
denkwereld van een zestiende-eeuwse ontwikkelde dorpsbewoner.
Het rekeningboek (1590-1795) en de wedstrijdboeken (1680-1795) met
gedichten geschreven voor de interne competitie van de rederijkerskamer
Missus Scholieren bieden een unieke inkijk (over een periode van twee
eeuwen) in het rederijkersleven van de stad Veere. Het rekeningboek
bevat de uitgaven en inkomsten voor de interne bijeenkomsten wat het
mogelijk maakt de wekelijkse praktijk van het rederijkersleven van jaar
tot jaar te volgen en te onderzoeken wie in Veere als rederijker actief
waren. Bovendien bevat het rekeningboek enkele werken van rederijkers,
zoals een doodsklacht op Adriaen Valerius, een van de belangrijkste
leden uit het begin van de zeventiende eeuw, waardoor het mogelijk is de
ideologie en literaire traditie van de Veerse rederijkers te bestuderen.
De wedstrijdboeken stellen ons in staat na te gaan hoe de feestelijke
welsprekenheidscultuur in Veere zich formeel en inhoudelijk tussen 1680
tot 1795 ontwikkelde.
Wie geïnteresseerd is om deel te nemen aan het project (als
onderzoeker of lokaal contactpersoon) kan contact opnemen met Arjan van
Dixhoorn (arjan.van.dixhoorn@telenet.be)
of Bart Ramakers (b.a.m.ramakers@rug.nl).
Zie verder ook de websites:
http://www.dbnl.org/organisaties/rederijkerskamers (voor een
voorlopig overzicht van kamers en belangrijke bronnen) en
www.lustigegeesten.nl (voor biografietjes van ondermeer Middelburgse
rederijkers uit de periode 1480 tot en met 1650.
|