De Spuije inhoud laatste nummers

De Spuije verschijnt drie keer per jaar

Hieronder vindt u een kort overzicht van de inhoud van enkele recent verschenen nummers

 

Spuije 109 Voorjaar 2020

Inhoud:

  • Waar leg je de grens? Gemeentelijke herindelingen 1815-1970 / Marcel van der Borgt
  • De ‘ordehandhavers’ van Goes, deel I / Albert L. Kort
  • De molenaar van Nisse in opspraak / Adri Haaij
  • De Vreemid, 16-22 juli 1921 / Jan de Jonge

               

Ieder jaar zijn er herdenkingen. Dit jaar is dat onder andere het geval met de gemeentelijke herindeling van de Bevelanden, in 2020 vijftig jaar geleden. Voor Marcel van der Borgt was dat aanleiding om eens terug te kijken naar de ontwikkelingen op langere termijn. Hij begint zijn artikel in 1815, na het vertrek van de Fransen. Daarbij komen niet alleen de veranderingen in Zeeland of op de Bevelanden aan de orde. Er wordt ook nagegaan hoe men in omringende landen met het verschijnsel ‘gemeente’ omgaat. En hij stelt zich de vraag, hoe nu verder? Want: waar leg je de grens?

Het tweede artikel in deze Spuije gaat over de Goese politie, geschreven door Albert L. Kort. Ook hij begint zijn verhaal in de eerste helft van de negentiende eeuw. Van een ‘politiemacht’ was op dat moment nog geen sprake en de stadsbestuurders hadden na een volksoproer wel door dat er op dat vlak iets moest gebeuren. Snel gingen de veranderingen niet en ook de kwaliteit van de negentiende-eeuwse agenten liet nogal eens te wensen over. In deze Spuije het eerste deel van de weg die werd afgelegd naar een degelijke en betrouwbare politieorganisatie.

Met een bijdrage over de molenaar van Nisse gaan we een paar honderd jaar verder terug in de tijd. Adri Haaij dook in het verleden van de familie Haaij en kwam uit bij Marinus Haey, jongeman van Baarland, die zich in Nisse vestigde als molenaar. Enkele jaren na zijn huwelijk, met Neeltje de Vriese, werd Marinus er van beschuldigd dat hij vleeselijke conversatie had gehad met een jongedame die niet zijn vrouw was. Wie sprak de waarheid?

In 1921 was er in de maand juli een manifestatie genaamd Vreemid. De manifestatie duurde een week en trok grote aantallen bezoekers. Ze konden de tentoongestelde goederen bekijken, maar er was ook veel muziek en allerlei spelen. Er waren demonstraties en iets dat leek op tooverij: een draadloos concert dat vanuit Den Haag te horen was in Goes. Er waren die week in Goes ook nog een zangconcours en een turntoernooi, zodat het is de stad met de duizenden bezoekers een drukte van belang was. Jan de Jonge schreef er een artikel over naar aanleiding van een prent van de tentoonstelling die bij toeval werd gevonden.

 

 

 

Spuije 108 Winter 2019

Inhoud:

  • Het dagboek van Kees van de Vrie 1943-1945 / Jan de Jonge
  • Slag om de Schelde, waarom eigenlijk vergeten? / Hester van Rees
  • Andries de Koning en Geert de Koning, verzetshelden / Kees van den Bovenkamp
  • Vorstelijk bezoek: Stadhouder Willem V’s tournee op Zuid-Beveland / Veronica Frenks en Anna de Bruyn
  • Het staat genoteerd, het Notule Boek van de Israëlitische gemeente te Goes / Jan Kouwen
  • De klokkenluider van Yerseke / Hans Blok

                

We beginnen daarbij met het dagboek van Kees van de Vrie. Kees was een jonge boerenzoon uit ’s-Heer Abtskerke die werd opgeroepen om te gaan werken in Duitsland. Daar voelde hij niets voor en hij dook onder. Dat ging lang goed, maar op den duur is hij toch opgepakt en naar Duitsland gestuurd. Hij hield in de periode dat hij van huis weg was een dagboek bij, waarin hij op boeiende wijze zijn belevenissen beschreef. Van de familie Van de Vrie kregen we een kopie van het dagboek en Jan de Jonge maakte er een bewerking van.

Hester van Rees stelde zich de vraag waarom de Slag om de Schelde een ‘vergeten’ slag wordt genoemd. Ze ging op zoek naar een antwoord en keek daarbij onder andere naar de persoonlijkheid van enkele belangrijke betrokkenen, zoals Eisenhower en Montgomery.

Kees van den Bovenkamp beschrijft het verzetswerk en de uiteindelijke executie van Andries de Koning uit Kwadendamme. Samen met zijn oom Geert werd hij in Amsterdam opgepakt en als vergelding voor een verzetsdaad elders in het land geëxecuteerd, kort voor het einde van de oorlog.

Het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen bestaat 250 jaar. We besteden daar aandacht aan met een artikel van Veronica Frenks en Anna de Bruyn over het bezoek van Willem V aan Zeeland in 1786. Stadhouder Willem V, tevens eerste beschermheer van het Genootschap, bracht bij die gelegenheid in ook een bezoek aan de Bevelanden. Hij volgde een intensief programma, waarbij vele plaatsen in een paar dagen werden bezocht.

Voor het volgende artikel dook Jan Kouwen in het notulenboek van de joodse gemeente in Goes. Het notulenboek werd tussen 1877 en 1897 bijgehouden en uit de notities krijgen we een beeld van de verhoudingen binnen de joodse gemeenschap. Soms werkte men eendrachtig samen, maar te vaak was er sprake grote onenigheid. De kleine gemeente zou dan ook nooit uitgroeien tot een levensvatbare gemeenschap.


 

 

Spuije 107 Zomer 2019

Inhoud: 

  • Het moeizame begin van het christelijk onderwijs in Goes / G.J. Lepoeter
  • ‘Gelachen dat we hebben’, oerjaren van de Bevelandse popcultuur / Jan J.B. Kuipers
  • Cornelis Alegoed (1763-1844), schoolmeester te Nisse / Hester van Rees
  • UitMUNTend / Hester van Rees
  • Adriaan Harinck / Mandrie Harinck
  • Boekindruk: Verslaggever van ’t Nieuwe Zeeuwtje / Albert L. Kort
                          Breekbare helden, Het verzet in Zeeland 1940-44 / Kees van den Bovenkamp

               

Halverwege de negentiende eeuw was er een sterke opkomst van het bijzonder onderwijs. In de periode 1850-1852 werden meer dan 150 bijzondere scholen gesticht. Ook in Goes bestond in die tijd de behoefte aan de oprichting van een christelijke lagere school. Er waren veel voorstanders, maar ook hardnekkige tegenstanders. Een daarvan was schoolopziener Johannes ab Utrecht Dresselhuis. Er ontstond een felle strijd die werd uitgevochten tot op het hoogste niveau. G.J. Lepoeter schreef een boeiend verhaal over deze strijd.

Dat we met de Spuije niet altijd teruggaan naar het verre verleden bewijst de bijdrage van Jan J.B. Kuipers. Hij schrijft over de oerjaren van de Bevelandse popcultuur, de jaren zestig van de vorige eeuw. Er werden in die tijd veel bandjes opgericht die in de meeste gevallen slechts beperkte roem wisten te vergaren. Toch zullen veel lezers nog wel herinneringen hebben aan hun optredens in Schuttershof of Prins van Oranje en andere zalen.

Hester van Rees schrijft over Cornelis Alegoed, wiens portret wordt aangekocht door het Historisch Museum De Bevelanden (HMDB). Alegoed is lange tijd schoolmeester geweest in Nisse en hield er tweehonderd jaar geleden al verrassend moderne denkbeelden op na.

Een bekende naam in Goes en omgeving was lange tijd die van houthandel Harinck. Een bedrijf met een lange geschiedenis die teruggaat tot de zeventiende eeuw, toen Adriaan Harinck met de houthandel begon. Lange tijd was het een bloeiend familiebedrijf dat generaties lang verder werd uitgebouwd. Een van de afstammelingen van Adriaan, Mandrie Harinck, beschrijft deze familie- en bedrijfsgeschiedenis.

Tenslotte aandacht voor de tentoonstelling UitMUNTend in HMDB met munten uit de collectie van het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen, naar aanleiding van het 250-jarig bestaan van het Genootschap.

 

 

 

Spuije 106 Voorjaar 2019

Inhoud:

  • De vergeten watersnoodramp van 1906 / Frits de Kaart
  • Een schoone visserije genaamt Focquene, een bijzondere kaart van rond 1700 van de visserij tussen Kruiningen en Nieuwlande / Kees Bos en Frank de Klerk
  • Dracht, steken, stoppen en stikken / Hester van Rees
  • Dorpsomroeper Wim de Smit / Kees van den Bovenkamp
  • De geschiedenis van drie verdwenen boerderijen in de Yerseke Moer, deel III / Adri Haaij
  • Boekindruk: Nieuwdorp in oorlogstijd, De slag om de Sloedam / Albert L. Kort
                        Cultuur wordt kultuur, culturele collaboratie in Zeeland / A.J. Barth

               

Een vergeten watersnoodramp, zo mogen de overstromingen van 1906 wel genoemd worden. Tot op zekere hoogte te begrijpen, het is ruim een eeuw geleden en er waren geen dodelijke slachtoffers. Dat neemt niet weg dat de materiële schade enorm was. Veel huizen en boerderijen werden verwoest door het binnenstromende water en ook de landbouwgronden leden veel schade door het zout. Frits de Kaart schrijft over de gebeurtenissen van maart 1906, de oorzaken, de gevolgen en de reacties.

De vondst van een bijzondere kaart van een deel van Oost-Zuid-Beveland bracht Kees Bos en Frank de Klerk ertoe om een artikel te schrijven over dit gebied. De kaart is gemaakt rond 1700 en, hoewel er in het landschap veel is veranderd, zijn een aantal elementen nog wel traceerbaar. Waarschijnlijk speelde de kaart een rol bij de vele rechtszaken die Cornelis de Perponcher en Adriaen Vogel, heer van Steenvliet, begin achttiende eeuw tegen elkaar voerden. In dit artikel worden enkele daarvan besproken.

Veel informatie bereikt ons tegenwoordig via televisie, radio, websites en sociale media. Vroeger ging dat anders, de dorpsomroeper ging van deur tot deur om belangrijke informatie te verspreiden. Het lijkt een beroep uit een (ver) verleden, maar toch kent ons land nog steeds een aantal dorpsomroepers. Een daarvan woont in Nisse, Wim de Smit, omroeper van de gemeente Borsele. Zijn roep is nog steeds te horen bij allerlei activiteiten. Niet alleen in Borsele, maar ook elders in het land en zelfs ver over de landsgrenzen, zoals hij aan Kees van den Bovenkamp vertelt.

Adri Haaij doet in het derde en laatste deel van een drieluik over verdwenen boerderijen in de Yerseke Moer verslag van het onderzoek naar de verdwenen hoeve aan oostzijde van de Reeweg.

Hester van Rees beschrijft de achtergronden van een nieuwe tentoonstelling in het museum en er zijn enkele boekbesprekingen.

 

 

 

 

Spuije 105 Winter 2018

Inhoud: 

  • Het algemeen kiesrecht: de lange aanloop er naar toe en enkele opmerkelijke gevolgen / Jan Zwemer
  • Uitgelicht: tegeltableaus van Willem V en Wilhelmina van Pruisen/ Hester van Rees
  • Portret van een onbekend meisje, door Marinus Zwigtman / Koen van Rooijen
  • ’t Hof de Dierik, Amsterdamse school in een Oudelandse polder / Jan de Jonge
  • Kind in de Tweede Wereldoorlog, deel II / T.W. Rosmolen
  • De geschiedenis van drie verdwenen boerderijen in de Yerseke Moer, deel II / Adri Haaij
  • Filmindruk: Ladybug, this is Ineke / Eef van Brummelen
                      Bobje en Ceres / Hester van Rees
  • Boekindruk: Marlies Allewijn, de meid / Manda Heddema

        

 

De bijdrage van Jan Zwemer over de invoering van het algemeen mannenkiesrecht gaat over dezelfde periode in onze geschiedenis. Weliswaar kwam het algemeen mannenkiesrecht er pas in 1917, maar dat was het sluitstuk van een lange ontwikkeling die enkele tientallen jaren daarvoor begonnen was. Het kierecht voor zowel mannen als vrouwen zou er pas in 1919 komen. Enkele belangrijke gevolgen van de verruiming van het kiesrecht waren de gewijzigde politieke verhoudingen, ook op lokaal niveau, en de opkomst van nieuwe partijen.

Veel Bevelandse boerderijen zijn gebouwd in een traditionele stijl. Er zijn echter uitzonderingen en daarvan is ’t Hof de Dierik in Oudelande, een heel bijzondere. Deze hoeve is gebouwd volgens de principes van een in oorsprong stedelijke bouwstijl: de Amsterdamse School. Ook de tuin heeft een bijzonder ontwerp en samen vormen ze een waar kunstwerk in de polder. Jan de Jonge vertelt over het ontstaan van de Dierik.

Naast de tweede delen van de artikelen Kind in oorlogstijd en de Geschiedenis van drie boerderijen in de Yerseke Moer, in deze Spuije ook een drietal filmbesprekingen. Besprekingen van pas verschenen boeken met een relatie tot de Bevelanden hadden we al lang, maar er zijn ook films over Bevelandse onderwerpen. Tijdens het festival Film by the Sea werden er ook dit jaar weer enkele vertoond en het leek ons goed daar enige aandacht aan te schenken.

 

 

 

 

Spuije 104 Zomer 2018

Inhoud: 

  • De geschiedenis van drie verdwenen boerderijen in de Yerseke Moer, deel I / Adri Haaij
  • Het testament van Dignis Dominicus / G.J. Lepoeter
  • HMDB uitgelicht: Glazen bokaal ter gelegenheid van 200 jaar Satisfactie / Hester van Rees
  • Nieuwe informatie bij een oude tekening / Frank de Klerk
  • Kind in de Tweede Wereldoorlog, deel I / T.W. Rosmolen
  • Het blazoen van de Kapelse rederijkerskamer De Wijngaartranke nader bekeken / Bram le Clercq

 

We beginnen deze Spuije in de Yerseke Moer. Adri Haaij heeft in dat gebied de historie van drie - inmiddels verdwenen - boerderijen uitgezocht. Van het artikel dat hij daar over schreef is in dit nummer van de Spuije het eerste deel opgenomen. Het gaat over een hoeve die gelegen was aan de huidige Reeweg. In de loop der eeuwen is er een lange reeks eigenaren geweest, tot in 1851 het noodlot toesloeg.

We blijven in het tweede artikel in dezelfde omgeving. Dignis Dominicus was ambachtsheer van Yerseke en zeer welvarend. Tegen het einde van zijn leven maakte hij een testament waarin hij zijn aardse goederen verdeelde. De inhoud van het testament is voor een groot deel weinig opmerkelijk, maar een van de legaten valt wel op. G.J. Lepoeter beschrijft hoe de nalatenschap verdeeld moest worden en gaat na wat de achtergrond van het bijzondere legaat kan zijn.

In de reeks beschrijvingen van bijzondere voorwerpen uit het Historisch Museum De Bevelanden, deze keer een bijdrage van Hester van Rees over de bokaal die het stadsbestuur van Goes liet maken ter gelegenheid van de herdenking van 200 jaar Satisfactie van Goes. Wat was deze Satisfactie en waarom kwam die tot stand? Wie waren er bij betrokken en hoe was de situatie in Goes in de jaren zeventig van de zestiende eeuw? In dit artikel het verhaal achter een bijzondere bokaal.

Onderdeel van het verhaal over de Satisfactiebokaal is het beleg van Goes in 1572. Van dit beleg, door de geuzen, is een tekening bewaard gebleven naar een zestiende-eeuws schilderij. Die tekening maakt veel duidelijk over de militaire situatie op Zuid-Beveland in dat jaar. Frank de Klerk doet verslag van nieuwe informatie die de laatste jaren over deze prent aan het licht is gekomen.

In de vorige Spuije was er uitgebreid aandacht voor de strafkampen die na de Tweede Wereldoorlog voor NSB’ers werden ingericht en hun verhaal. Deze keer kijken we weer naar de oorlog, maar dan door de ogen van een kind. T.W. Rosmolen was 10 jaar toen de Bevelanden bevrijd werden. Hij was met zijn familie van Schouwen-Duiveland geëvacueerd naar Kruiningen en later Hansweert. Voor een jongen van die leeftijd een gevaarlijke, maar vooral ook spannende tijd, waarin vele avonturen te beleven waren.

 

 

 

Spuije 103 Voorjaar 2018

Inhoud:

  • Strafkampen op de Bevelanden, 1945-1947 / Frank de Klerk
  • De muze in het kamp / Lo van Driel
  • Bericht vanuit het HMDB: Stoplap gemaakt met tenen van voet! / Hester van Rees
  • Koninklijke aandacht voor Waarde / Kees van den Bovenkamp
  • Liefde en onmin op Noord-Beveland: Aart van der Maas (1750-1817), landman, en zijn relatie met Johanna Liefbroer (1777-1847) / A.J. de Looff en P.C. van Voorst Vader †

 

Deze Spuije beginnen we met een tweetal artikelen over een onderwerp dat in de (Zeeuwse) geschiedschrijving over de Tweede Wereldoorlog nog weinig aandacht heeft gekregen: de interneringskampen voor NSB’ers. Waar bevonden die zich op de Bevelanden? Wie werden er opgesloten? Hoe werden de gevangenen behandeld? Allemaal vragen waarop Frank de Klerk in het artikel Strafkampen op de Bevelanden, 1945-1947 een antwoord probeert te geven.

In het volgende artikel gaat Lo van Driel in op een bijzondere activiteit van enkele geïnterneerden in Fort Ellewoutsdijk: zij schreven gedichten tijdens hun gevangenschap. In het gemeentearchief van Goes en de Zeeuwse Bibliotheek zijn twee schriftjes teruggevonden waarin die gedichten zijn verzameld. In zijn bijdrage vertelt Van Driel over de dichters en worden enkele gedichten besproken. De belangrijkste dichter in het fort was waarschijnlijk Martien Beversluis, onder andere oud-burgemeester van Veere. Hij was eerst pacifist, om vervolgens via het communisme bij het fascisme uit te komen.

In het Historisch Museum De Bevelanden is de expositie Buitengewoon en Markant te zien. Deze expositie heeft de geschiedenis van de Zak van Zuid-Beveland tot onderwerp. Er is onder andere informatie over het ontstaan van de Zak, het landschap en enkele van de kastelen die er hebben gestaan. Ook het dorpsleven in de negentiende en twinigste eeuw is onderdeel van de expositie. Hester van Rees geeft een overzicht.

Van Kees van de Bovenkamp hebben we weer een bijdrage over de geschiedenis van het dorp Waarde. Deze keer schrijft hij over de bezoeken die leden van de koninklijke familie door de jaren heen aan het dorp brachten.

In de loop der jaren hebben we regelmatig artikelen gepubliceerd van leden van de familie Van Voorst Vader. Zij hebben veel bijgedragen aan het vastleggen van de geschiedenis van Noord-Beveland. De laatste jaren waren deze artikelen van de hand van de heer P.C. van Voorst Vader. Helaas is hij afgelopen najaar overleden. In deze Spuije zijn laatste bijdrage, over liefde en overspel op Noord-Beveland.

 

Zie ook Tijdschriftenbank